Omgevingsmanagement, het oude liedje?

Af en toe moet je als omgevingsmanager een spiegel worden voorgehouden. Jan Rotmans, hoogleraar aan de Erasmusuniversiteit en beroepsveranderaar, heeft het voorhouden van spiegels tot kunst verheven en werd daarom gevraagd om te spreken op de landelijke omgevingsmanagementdag die op 19 juni werd gehouden in Den Bosch. Ik ken Jan van zijn presentaties over de transitie van onze samenleving en zijn enthousiasme bij kaneelbijeenkomsten. Erheen dus.

“Omgevingsmanagement, het oude liedje?” verder lezen

Een goede aanbesteding kan niet zonder mooie woorden

En dan gaat je project ineens de aanbestedingsfase in. De tijd van ‘ons kent ons’ is even voorbij. Formele brieven worden verzonden en mooie plannen van aanpak worden met een lintje erom bezorgd. Onze contractmanager trekt zijn driedelig grijs uit de kast. De wedstrijd der tendermanagers is begonnen. Komende tijd zal blijken of de opgestelde uitvraag gaat leiden tot mooie inschrijvingen waar ons project echt beter van wordt.

Maar de contractmanager doet ‘t niet alleen. Het hele team werkt mee en wordt vooraf strak geïnstrueerd. Er mag er niet meer vrijuit gepraat worden. De toverspreuk in dit kader is ‘level playing field’. Alle inschrijvers gelijke kansen. Iedereen precies dezelfde informatie, iedereen precies dezelfde omstandigheden, iedereen dezelfde contactmomenten. Aan de aanbesteder zal het niet liggen.

Als eenvoudig omgevingsmanager onderga ik dit alles kalm. Alleen verwondering past bij de terminologie die wordt gebruikt in aanbestedingsland. Toch blijf ik steken bij de term ‘level playing field’. De eerste associatie is toch die met een computerspelletje. Play! Next Level! Choose you’re field!  Als Supermario in roodblauwe outfit werkt de contractmanager allerlei levels af. ‘You just completed dialoogronde 1. Go to next level’. Met een grote knipperende pijl naar dialoogronde 2 of meteen maar de inschrijvingsfase.

En dan is er nog de manier waarop het uitgesproken wordt. Altijd te snel, altijd in een achterafbijzinnetje. Je houdt dan ongeveer ‘lefpevielt’ over, dat klinkt als een beginnende niesbui. “We moeten dat dan wel in het aanbestedingsdossier stoppen. Lefpevielt”. Andere bizarre constructies:
“Goed idee, maar kan dat wel met het level playing field?”
“Maar dan zit je alleen nog met het level playing field.”
“Vanuit het level playing field gezien lijkt me dat niet verstandig.”

Het level playing field als orakel. Wie niet beter zou weten zou denken dat we een setje Cruijff Courts in de markt aan het zetten zijn, in plaats van een snelwegverbreding. Maar het level playing field is heilig in aanbestedingsland, en het is misschien wel daarom dat er zo’n dure term voor is bedacht. In werkelijkheid is het een zwaktebod. Kan daar nu niet gewoon ‘gelijk speelveld’ worden gezegd? Of ‘gelijk informatieniveau’, waar dat van toepassing is. Ach, ik snap het ook wel: hoewel het in de infrawereld natuurlijk om de knikkers gaat, moet toch ook het spelletje interessant blijven. En daar hoort natuurlijk een mooie term bij. Want tenslotte kan een goede aanbesteding of inschrijving niet zonder mooie woorden. Lefpevielt.

Deze column verscheen op 1 februari 2015 in Cobouw