Van Karnebeekstraat

Maandagochtend, en het is stil in de van Karnebeekstraat in Zwolle. De straat vormt de grens tussen de stationsbuurt en Assendorp, al zie je dat niet. Het is vooral een doorgaande route voor fietsers, van en naar Zwolle-Zuid. Verderop ligt de Van Karnebeektunnel, die weer overgaat in het Van Karnebeekpad.
Zo simpel is het.
Hier fietsen studenten laat in de avond en vroeg in de morgen, zwabberend op hun brikkies. Het kraken van de pedalen echoot tegen de 19e eeuwse panden.
Hier fietsen moeders met hun kroost, op weg naar de stad om inkopen te doen. Grote manden voorop het stuur en een hand op de schouder van de jongste. Hier fietsen stelletjes, scholieren en ouden van dagen tegen de wind in, de Sassenpoort in het vizier. Hier fietst Zwolle-Zuid. Als het tenminste iets wil.
En hier fiets ik. Met mijn zoontje voorop het stuur.
In 2012 werd de Karnebeek een fietsstraat. Bredere trottoirs, een smallere weg, rood asfalt en kleurige borden van fietsers die voor een auto uit gaan.
Vooruitgang.
Wat zou Van Karnebeek er zelf van denken?
De burgervader had waarschijnlijk zijn schouders opgehaald. Hij hield zich enkel bezig met kwesties in het stads- of landsbelang. Het was tenslotte oorlog en Zwolle-Zuid bestond nog niet.
Het rode asfalt is alweer grijzig geworden. De resten pekel nog zichtbaar in de goten, en bij koffieshop Sky High zijn er alweer sporen van de Zwolse Rock ‘n roll. De gemeente gedoogt. En burgemeester Meijer gaat in Den Haag een lans breken voor zijn gedoogbeleid: het legaliseren van de illegale handel aan de achterdeur van de Zwolse coffeeshops. Want in Nederland geldt nog steeds: wiet mag je roken, maar niet verhandelen.
Zou Sky High een achterdeur hebben? Het pand zit op een hoek. Ernaast de ingang van een parkeerplaats met een groot bord: parkeren op eigen risico. Verderop de rode achterdeur. Niets op of aan te zien.
Terug naar de van Karnebeek. Overdag is de Van Karnebeek een keurige straat. Verse stoeptegels, geflankeerd door rozenperkjes in de kiem, want het seizoen moet nog beginnen. Tegenover Sky High ligt de parkeerplaats van de Zuiderkerk er picobello bij. Parkeervakken zijn zorgvuldig met tegeltjes aangegeven. Jonge boompjes maken het af. Als straatstenen konden schitteren, dan deden ze het hier.
Een man met een peuter achterop passeert.
‘Dag collega’.
Zei hij nou collega ?
Zoals gezegd: een keurige straat, op maandagochtend.

Ruimte voor de Rivier

Denkend aan Holland
zie ik Ruimte voor Rivieren
traag door oneindige
besluitvorming gaan,
rijen onverklaarbaar
onderzoeken en papieren
met grote pluimen
naar Den Haag toe gaan;
en in geweldige
gedachten verzonken
de bestuurders
verspreid door het land,
klankbordgroepen, dorpen,
adviseurs en ambtenaren,
vergunningverleners
in een groots verband.
De uiterwaard is verlaagd
en de natuur wordt er langzaam
in veelkleurige ontwerpen
zo min mogelijk verstoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.

Kijknatuur

Laatst was ik in de Millingerwaard, één van de eerste uiterwaarden van de Waal. De Millingerwaard is er voor de Nijmegenaren. Hordes toeristen, dagjesmensen, wandelaars en fietsers komen op zondag vanuit de Keizerstad en verder naar de Millingerwaard. Waarom eigenlijk? Om te recreëren. Nederlanders recreëren op zondag. In de Millingerwaard gaat het dan vooral om de theetuin, diep verscholen in het groen, vlakbij de rivier. En dan is er nog de natuur zelf, waar je lekker in kunt rondkuieren. Je mag er gaan en staan waar je wil. En dat is bijzonder.

De Nederlandse natuur is kijknatuur, of eigenlijk: geen natuur. Er zijn mensen die zeggen: Nederlandse natuur bestaat niet, omdat alles is aangelegd. In de Millingerwaard is dat inderdaad het geval. Het had eigenlijk een modderpoel moeten zijn, met hier en daar wat gras, dat elk jaar weer onderloopt met Duits Rijnwater. Of Waalwater, zo je wilt. Maar jaren geleden al, werd bepaald dat er in de Millingerwaard natuur moest komen. En die kwam er. Natuur zoals dat zit in de hoofden van de Nijmegenaar. Riviernatuur, op afroep beschikbaar. Bossen, poelen, otters, bevers en zwanen. En bloemen, veel bloemen.

Nu lopen we er in optocht, verlangend naar een kop thee of een goed gesprek. We kijken collectief naar de natuur, snuiven de natuur, ja, consumeren de natuur. Het zandpad is breed, er staan geen hekken. Op een groot bord bij de dijk staat dat de paden ook verlaten mogen worden, om te struinen door de waarden. Maar de moeder even verderop roept haar kinderen terug. Het gras zou wel eens vlekken kunnen geven.

[foto: www.ark.eu]

Geertruidenberg

In Geertruidenberg staat de Amercentrale. In 2003 werd de koeltoren van de Amercentrale het decor van een tragisch ongeluk waarbij vijf doden vielen. De centrale ademt inmiddels weer kalmte. Vanaf de A27 is het complex niet te missen. Vredig steekt de reusachtige koeltoren af tegen de Hollandse luchten. De Keizersveerbrug en de Bergsche Maas maken het snelwegpanorama compleet. Wolken van de vooruitgang. De industriële tegenhanger van de Biesbosch.
Zouden ze in Geertruidenberg trots zijn op de centrale? In elk geval kunnen de Geertruidenbergers er niet omheen. Vanaf de markt in Geertruidenberg is de koeltoren onontkoombaar. Het lijkt alsof het bewust is gedaan. Een energiecentrale vlak naast het oude stadje. Met een zichtlijn vanaf de markt. Zoals de Dom vanaf diverse kanten de entree van Utrecht markeert, worden de Geertruidenbergers van alle kanten herinnerd aan hun centrale.
Daar is vast over nagedacht.

De Amercentrale ligt op een steenworp afstand van industrieterrein Moerdijk, dat pas twintig jaar later verrees. Achteraf gezien een ideale plek voor een energiecentrale. Ook in de planologie van de stroomvoorziening heeft de tijd zijn blunders veroorzaakt.

Ik rijd over de A27 en kijk nog één keer achterom. De Amercentrale blaast tevreden zijn rook de Hollandse luchten in. Geertruidenberg heeft zich er ongetwijfeld mee verenigd.