Hansje Brinker-kerk

De Lek stroomt van niks naar nergens. Het heeft geen fatsoenlijk begin en geen einde. Ergens onder Utrecht wordt de Neder-Rijn de Lek. Bij Kinderdijk neemt de Nieuwe Maas het geruisloos over. Geen monding. Niks. Gewoon iets administratiefs. Zelfde water. Zelfde kant.

Lexmond. Jarenlang voorbij gereden over de A27, nooit geweest. Een opvallende naam, die de monding van de Lek suggereert. Maar de naam blijkt niet van de Lek te komen, maar van een veel kleiner riviertje, de Laak, dat uitkwam op de Lek. Lexmond komt dus van Laaksmond. Niets is wat het lijkt, zo blijkt maar weer. Een straat in het dorp is nog naar het veenstroompje genoemd. De Laak gaat over in de Dorpsstraat. Aldaar een kerk, dorpscafé, bakker en slager. Niets bijzonders.

Goed. Vanuit Lexmond gaat het in één adem verder, de dijk op. Hier heerst de Hollandse romantiek van het rivierenlandschap. Er is geen recht stuk dijk te bekennen. Wilgen in het water. Achthoven, de A27 zoemt zachtjes. Ameide glijdt voorbij. De dijk is hier weer rechter. Er komt weer ruimte om de omgeving eens goed op te snuiven. En net als de aandacht verslapt maakt de dijk een scherpe bocht naar rechts.

Het is de Hervormde kerk van Tienhoven waarvoor de dijk moet wijken. Was ik rechtdoor gereden, had ik zo het koor van de kerk in gereden, zo strak staat de gevel tegen het dijktalud. Het lijkt alsof de kerk hier de plaats van de dijk heeft ingenomen, zo prominent staat hij in de weg. Alsof het geloof op deze plek voldoende is in de strijd tegen het water.

Niets is minder waar. De calvinistische Hollanders zijn altijd nuchter gebleven, zeker als het om bescherming van de polders gaat. De fundering van de kerk blijkt inmiddels onderdeel geworden van de dijk, en houdt grondwaterstroming onder dijk tegen. De kerk als technische oplossing tegen het hoge water. Calvijn moest eens weten.

Maar toch moet het kerkje eraan geloven. Ook hier wordt de dijk keer op keer versterkt en verhoogd. De dijk omarmt het kerkje steeds inniger. De gelovigen kunnen niet meer om de door mensenhanden gemaakte dijk heen. Als kerkgangers verwachten alleen het Goddelijke uitspansel te zien door de linkerramen, zal het ze tegenvallen. Ze kunnen de spaken van de zondagse fietsers tellen, zo dicht staan de ramen inmiddels op het asfalt.

Het Hollandse calvinisme en de strijd tegen het water. Het is altijd een goede combinatie gebleken. Kun je niet tegen je vijand op, werk dan met hem samen, dat is wat het Tienhovense kerkje lijkt te zeggen. De kerk als een soort Hansje Brinker die met zijn fundering het wassende water helpt te keren. En dat allemaal vanwege een rivier die van niets naar nergens stroomt, zo even buiten Lexmond.

Er hangt iets in de lucht

Het is zondagmiddag en de lucht betrekt boven het Kaaiplein in Oude-Tonge, één van de grotere plaatsen op Goeree-Overflakkee. Er zit regen in de lucht, dat merk je aan alles. De wolken krijgen donkergrijze randen en rollen razend langs de hemel. Zij die nog op straat zijn, versnellen hun pas. Er gaat iets gebeuren, er hangt iets in de lucht. Ik mag die sfeer wel, zo verwachtingsvol en tegelijk gelaten, want er iets aan veranderen kun je toch niet.

Het Kaaiplein is het centrale plein van Oude-Tonge. Vroeger was hier de havenkom. Pakhuisjes herinneren aan levendige handel. De handelskade verderop ligt braak, in afwachting van nieuwe appartementencomplexen. Een enkele kroeg en hotel-restaurant zorgen voor een beetje reuring. Langs het Kaaiplein ligt het overblijfsel van de haven: een smalle vaart vol bootjes die Oude-Tonge met het water, het Volkerrak, verbindt. Halverwege de vaart ligt een slapersdijk waarin een smalle en diepe sluis ligt weg te roesten. Daarachter gaat de vaart over in wat ecologen een watergang zouden noemen. De natuur tiert er welig. tussen het riet is het watertje nog net breed genoeg voor de motorjachten uit het dorp. Een stukje verderop ligt de dijk, de waker, die Oude-Tonge het zicht op het water ontneemt, onderbroken door een nog smallere en diepere sluis. Het laatste beetje haven-gevoel dat er nog was ebt weg. De strijd tegen het water wint het van folklore.

Ik loop vanaf het Kaaiplein langs de kroegen de Voorstraat in. Aan het einde van de straat doemt de Hervormde kerk op, een kloek gebouw met een flink verzakte toren. Het is inmiddels kwart voor zes. Uit alle hoeken en gaten komen de kerkgangers tevoorschijn. De heren in pak, de dames met hoed. Één voor één verdwijnen ze de door de zijdeur, ook al flink verzakt, de kerk in. Een Hyundai I10, type koekblik, stopt voor de kerk en levert nog drie laatkomers af. Het zijn dames op leeftijd. Een voor een stappen ze uit, zetten ze de hoed op en schuifelen ze de kerk in. Het duurt nog een minuut of twee en dan zet het orgel in. De muziek walst door de Voorstraat, maar op straat kun je een speld horen vallen. De eerste regendruppels kleuren de klinkers. Oude-Tonge laat het gelaten over zich heen komen.

20130915-211140.jpg

Barneveld

Barneveld heeft veel kerken. Langs de Langstraat, de hoofdwinkelstraat van het dorp, staan er twee. De oude Hervormde kerk valt het meest op, en is het oorspronkelijke middelpunt van het dorp. Op de eeuwenoude toren is een glazen bordje bevestigd dat meldt dat de Heer op zondag driemaal kan worden aanbeden. Om half tien, om kwart voor vijf en om zeven uur.

Aan de kerk kleeft het verhaal van Jan van Schaffelaar, een ridder uit de middeleeuwen die zich met zijn manschappen verschanste in de toren in de twist tussen de Hoeken en de Kabeljauwen. Jan was een Kabeljauw. De Hoeken dreven hem in het nauw en wilden dat Jan van de toren sprong. Jan sprong en werd de held van Barneveld.

De betonnen versie van Jan kijkt uit over het Torenplein. Aan de linkerkant modehuis Klomp. Een grote kip siert de gevel. Aan de rechterkant het vertrouwde oranjeblauw van de Rabobank. Daar tussenin een lint van bankjes in moderne stijl. Ze zijn genoemd naar de dorpen in de omgeving, daar waar de mensen – als ze meer willen dan de dagelijkse boodschappen of een Hervormde dienst – zijn aangewezen op Barneveld.
Kootwijk.
Stroe.
Voorthuizen.
Garderen.
Ik kijk naar de toren, en zie het silhouet van Jan terugkomen in de klinkers van het plein. Keurig. Met een zilveren randje eromheen. Arme Jan.
Halverwege de Langstraat, net na het reisbureau Van der Woerd, staat de Catharinakerk. Aan de gevel van de kerk hangt het overzicht van activiteiten van deze week: de repetitie van het koor, de vergadering van het bestuur, en op zondag het afscheid van de pastor. Heel gewone dingen eigenlijk.
Het kerkje staat aan een klein pleintje met bankjes. Er omheen een rozenhaag. Recht tegenover de kerk zit eetcafe De Straaljager. Een koffie met appelgebak kost er 5 euro en heet een Stuntpiloot. Achter het glas zitten twee dames op leeftijd. Ze hebben een stuntpiloot besteld. Één de twee neemt net een hap slagroom van haar appelgebak.
Ik denk aan Jan van Schaffelaar.
Dit café heeft de verkeerde kerk gekozen.