Voorbeeldteksten klimaatadaptatie
Klimaatadaptatie is het voorkomen en tegengaan van de effecten van hittestress, droogte en wateroverlast. Ook het zorgen voor waterveiligheid op lange termijn valt hieronder. Omdat ons klimaat verandert, treden effecten steeds vaker op. Het wordt gemiddeld warmer, er valt meer neerslag en de extremen nemen toe. Er is vaker langdurige droogte, er zijn meer hittegolven en er vallen vaker en heviger extreme buien.
Het Meerjarenprogramma gaat uitgebreid in op het thema klimaatadaptatie. Dat is voor het eerst. Afgelopen 10 jaar is klimaatadaptie steeds nadrukkelijker in beeld is als kernopgave die voortkomt uit de opwarming van de aarde. In 2014 besloot het Rijk het klimaatbeleid te verankeren in de Deltawet en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Hoofdlijn daarvan is dat klimaatadaptatie vanaf 2020 een vast onderdeel is van het overheidsbeleid. In 2050 moet Nederland klimaatrobuust zijn ingericht. Eén van de eerste stappen om te komen tot goed klimaatbeleid is het uitvoeren van een ‘stresstest’. In het Samenwerkingsverband Noordelijke Vechtstromen brachten we de gevolgen van klimaatverandering in beeld en schatten we bijbehorende risico’s in. Hieruit blijkt dat het risico op overstromingen voorlopig zeer beperkt is in onze gemeente. Maar op een aantal plekken kan zoveel water komen dat gebouwen worden bedreigd en de bereikbaarheid wordt beperkt. Droogte en hitte zullen gemiddeld genomen toenemen.
Met deze stresstest in de hand gaan we in gesprek met betrokken partners en doelgroepen. Tijdens deze klimaat- of risicodialoog formuleren we ons gezamenlijke waardeoordeel over onze kwetsbaarheden. Wat vinden we acceptabel? Wat geven we prioriteit? Zo komen we gezamenlijk tot een strategie en een uitvoeringsprogramma. Daarin staat wie welke welke maatregelen neemt. Vooruitlopend hierop houdt ons gemeentelijke rioleringsplan (GRP) al rekening met een budget voor noodzakelijke maatregelen. Bij nieuwe en renovatieprojecten houden we op voorhand rekening met klimaatverandering.
Bij maatregelen om effecten van klimaatverandering tegen te gaan heeft elke partij zijn eigen rol. Dit verschilt per soort maatregel:
- Droogte heeft vooral veel invloed op landbouw en natuur. Het waterschap is hierbij aan zet. Als de benodigde maatregelen extra ruimtebeslag vragen, speelt de gemeente een rol bij de afwegingen hierover;
- Hittestress proberen we vooral op lokaal niveau tegen te gaan. We betrekken inwoners bij keuzes rondom de inrichting van de buitenruimte. We moedigen hen aan om zelf ook actie te ondernemen, bijvoorbeeld door het vergroenen van de tuin (operatie Steenbreek);
- Bij het tegengaan van wateroverlast binnen de bebouwde kom onderneemt de gemeente zelf actie, zonodig samen met het waterschap. In het landelijk gebied neemt het waterschap initiatief;
- Bij hoge waterstanden in de Vecht nemen overstromingsrisico’s toe. De dijken langs de Vecht zijn nu zo hoog en sterk dat het minder dan eens per 200 jaar tot een overstroming zou mogen leiden. Vanuit het Deltaprogramma (hoogwaterbeschermingsprogramma) houdt het waterschap de sterkte en hoogte van de dijken in de gaten. Elke 12 jaar worden de dijken getoetst en als het nodig is verbeterd. Zo ‘groeien’ onze dijken mee met de klimaatontwikkeling.
Ambities
- We gaan samen aan de slag met klimaatadaptatie in onze leefomgeving. We bekijken hoe we de ergste problemen als gevolg van de klimaatverandering kunnen voorkomen. Dat kunnen en willen we niet alleen doen. Veel effecten van klimaatverandering treden op bij publieke en private partijen verspreid over ons grondgebied. Als we de gevolgen van klimaatverandering effectief willen oppakken, móeten we samenwerken. We hebben elkaar nodig. Daarom willen en kunnen we onze eigen ambitie pas definitief bepalen nadat we een goede risicodialoog hebben gevoerd met betrokken partners en doelgroepen.
- Onze aanpak van klimaatverandering streeft naar gezamenlijke zorg voor onze leefomgeving. Pijlers hierbij zijn:
- het creëren van bewustwording over de effecten van klimaatverandering;
- lokaal en regionaal eigenaarschap in het omgaan met deze effecten;
- het stimuleren van zelfredzaamheid in het tijdig anticiperen op en omgaan met deze effecten.
- We werken schouder aan schouder samen met de andere overheden. We werken samen in de regio en het regionaal bestuurlijk overleg Rijn-Oost om geld van het Rijk te krijgen voor de versnelling van maatregelen voor klimaatadaptatie. Samen met vier gemeenten, het waterschap en de waterleidingbedrijven vormen we de Samenwerking Noordelijke Vechtstromen (SNV). In deze samenwerking maken we de keuzes uit Deltaprogramma Regionale Adaptatie (DPRA) concreet voor ons gebied.
- We volgen de stappen uit de DPRA-methodiek. Zo werken we toe naar een klimaatadaptief Hardenberg. Voor het eerst wordt deze methodiek ook landelijk toegepast. De methodiek is nog niet helemaal uitgewerkt. Er moet bijvoorbeeld nog bepaald worden hoever de zorgplicht van gemeenten reikt. We wachten de uitkomsten van de landelijke discussie hierover af.
Opgaven
- We bereiden een risicodialoog met de samenleving. Hierbij kiezen we voor een getrapte aanpak: hoe belangrijker het effect, hoe intensiever de dialoog. Dat betekent:
- We informeren inwoners over de resultaten van de stresstest. Deze zijn voor iedereen te bekijken.
- We agenderen kwetsbare situaties bij de partijen die het aangaat (corporaties, bedrijventerreinen, netbeheerders, landbouw). Vervolgens geven we hen informatie over mogelijke gevolgen en risico’s. We bespreken handelingsperspectieven. Wat kunt u doen?
- We starten een proactieve klimaatdialoog over de belangrijke knelpunten zoals openbare veiligheid en vitale infrastructuur.
- Op basis van de risicodialoog maken we een uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie. Hierin staat welke risico’s acceptabel zijn, wie de risico’s draagt, welke maatregelen nodig zijn en wie hiervoor verantwoordelijk is. Hierbij hoort ook een meerjarig investeringsprogramma.
Het klimaat verandert. En het is zaak om Meppel daar goed op voor te bereiden. Buien worden extremer, en periodes van droogte worden langer en intenser. Meppel is gevoelig voor wateroverlast, als laag punt waar water vanaf het Drents plateau samenkomt. Onze stad en dorpen moeten daarom zo zijn ingericht dat ook extremere buien zonder al te veel overlast kunnen worden opgevangen. Daarnaast is het nodig om de bebouwde omgeving meer hittebestendig te maken. Hogere temperaturen en langere periodes van droogte zorgen voor hittestress. De weersextremen hebben effecten op de gezondheid en leefbaarheid en brengt hoge (indirecte) kosten met zich mee. Niets doen is geen optie.
Hitte-eilanden
Steeds warmere en drogere zomers maken dorpen, buurten en wijken minder leefbaar en hebben effecten op de gezondheid van inwoners. Meer schaduw is nodig. We willen meer schaduw van bomen in de straten en pleinen en beschaduwde fiets- en wandelroutes. Verharding vervangen we daarom voor groen. We planten bomen op duurzame standplaatsen in de openbare ruimte. Maar alleen ingrijpen in de openbare ruimte is niet genoeg. Veel hete plekken zijn in eigendom van particulieren of bedrijven. Daarom stimuleren we aanleg van groene daken en het vervangen van verharding door groen.
Vergroten sponswerking
Vanwege zijn ligging is er veel water in de gemeente. Van oudsher zijn we gewend om dit water af te voeren. Van het Drents plateau naar het Meppeler Diep en verder. Om effecten van droogte te kunnen verzachten, moeten we water juist vasthouden en bergen. We voeren water pas af als het niet anders kan. Om water vast te kunnen houden en wateroverlast door hevige buien te beperken, moet de ondergrond het water vlug kunnen opnemen. We vergroten daarom de sponswerking van de ondergrond. We creëren een fijnmazig systeem van infiltratie en lokale waterberging in parken, bermen en andere groenvoorzieningen. We vervangen verharding (zoals tegels, parkeerplaatsen) voor groen en (half)open verharding waar dat kan. Hierbij houden we ook rekening met de kwaliteit van het groen en de gebruikswaarde die deze heeft voor de omgeving. Grondwaterstanden mogen niet te hoog worden. Dit kan overlast geven. Aanhouden hoge grondwaterstanden zorgen voor beperkingen in het gebruik van de grond. Denk aan agrarische gronden, maar ook aan kelders van woningen. We spreken van grondwateroverlast als de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) minimaal 30 dagen per jaar minder dan 50 cm onder het maaiveld ligt.
Regenwater afkoppelen
Veel regenwater verdwijnt nog in het riool. Soms voeren we regenwater direct af naar het oppervlaktewater. In enkele gebieden verdwijnt hemelwater in het riool en vermengt het met afvalwater. Bij hevige buien kunnen riolen het water dan niet aan. Dit kan leiden tot wateroverlast, schade en gezondheidseffecten. Van deze situaties willen we af. We willen hemelwater volledig afkoppelen zodat geen schoon regenwater meer verdwijnt in het riool en de sponswerking van de bodem optimaal wordt benut. We stimuleren eigenaren van particuliere (bedrijfs-) terreinen om hun regenwatervoorziening af te koppelen van het vuilwaterriool en regenwater vast te houden en te laten infiltreren in de bodem op eigen terrein. Dit vult de grondwaterstand ter plekke aan en vermindert zo tegelijk het effect van droogteperiodes.
Doelen:
- In 2040 is 30% van de openbare ruimte beschaduwd.
- In 2050 is de gemeente Meppel klimaatbestendig en waterrobuust.
- In 2050 verdwijnt al het regenwater in de bodem en lokale watersysteem. Regenwater verdwijnt niet meer in het riool.
Doorwerking
- In het omgevingsprogramma Riolering en Water Programma 2023-2028 staat hoe we omgaan met afvalwater, hemelwater en grondwater (vastgesteld door de gemeenteraad in 2022).
- In het omgevingsprogramma (lokale uitvoeringsagenda) klimaatadaptatie 2023-2027 staat hoe we werken aan klimaatadaptatie. Deze is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in 2024. Dit doen we niet alleen. In samenwerkingsverband Fluvius werken we samen met buurgemeenten en waterschap aan de regionale klimaatknelpunten.
- Beide programma’s worden op termijn opgenomen in een overkoepelend omgevingsprogramma groen en water.
Brunnepe heeft een tekort aan groen.Veel straten zijn versteend. Er staan weinig bomen, planten en struiken. Het groen in de wijk is versnipperd. De Bongerd, de omgeving van (het begin van) de Berklaan en de Louise de Collignyweg zijn de enige groene plekken in de wijk. Een groene leefomgeving is van groot belang voor de gezondheid. Dit wordt als prettig ervaren, nodigt uit tot gezond gedrag en draagt zo bij aan mentale en fysieke gezondheid, sociale cohesie, veiligheid en het welzijn van inwoners.
De versteende omgevingen en het tekort aan groen leiden op sommige plaatsen tot hittestress. Dit heeft rechtstreekse gezondheidseffecten. Het is daarom nodig om op sommige plaatsen meer schaduw te creëren, zeker op plaatsen waar veel kwetsbare groepen aanwezig zijn (basisscholen, verzorgingstehuizen, huisartsenpraktijken). Een groene inrichting van de straten en pleinen kan hierbij helpen. Er zijn echter weinig toevoegingsmogelijkheden voor groen zonder dat dit ten koste gaat van parkeerplaatsen of andere openbare voorzieningen.
Verstening en afwezigheid van groen kan ook tot wateroverlast leiden. Op de meeste plaatsen zijn maatregelen genomen om dit tegen te gaan (Slagersweg, Pannekoekendijk, Reijersdijk, Slagersplein en Dorpstraat). Alleen het gebied rond de Eenvoudstraat/Spaarbankstraat is nog een knelpunt.
Wat willen we bereiken?
Samen met inwoners willen we werken aan een toekomstbestendige openbare ruimte. Hierbij is aandacht voor verkeersveiligheid, verblijfskwaliteit (spelen en ontmoeten), klimaatbestendigheid en gezondheid. Onder openbare ruimte vatten we ook het groen in de wijk.
Voor sommige straten en pleinen maken we concrete herinrichtingsplannen. Op andere plaatsen kan een enkele ingreep volstaan. Bij locatieontwikkelingen nemen we de omliggende openbare ruimte mee.
E3 We onderzoeken de mogelijkheden voor afkoppeling van regenwater. Dit ontlast het riool tijdens intensieve regenbuien en biedt kansen voor (her)gebruik van regenwater. Afkoppeling is daarom een oplossing voor wateroverlast en helpt bij het tegengaan van effecten door droogte.
E4 Daar waar er sprake is van hittestress investeren we in enkele grote, volwaardige bomen. Deze hebben dan de voorkeur boven meerdere kleine bomen.

