Terugweg

Van een bruiloft komt een bruiloft. Het had me zo mooi geleken. Waarom was het niet gelukt? De sfeer was perfect geweest. Dat boeket had ze natuurlijk niet gevangen, maar daarna waren er minstens vier momenten geweest. Elk moment had ik laf voorbij laten gaan. Nu was mijn kans verkeken. Omdat zij ineens wegwilde waren we als eerste vertrokken, de broodjes waren nog niet eens geserveerd. Ik wierp een laatste blik op het kasteeltje, deed mijn jacquet uit en stapte in. Monica zat al op de bijrijdersstoel en bestudeerde haar nagels. Zwijgend reden we de dijk op, de nacht in. 

’Nooit, Bart-Jan. Nooit.’ 

Ik keek vluchtig opzij. Die wijnrode galajurk stond haar goed. Wat mij betreft mocht ze vaker op chique gaan. ‘Wat, nooit, schatje?’

‘Nooit meer zal ik onderdeel zijn van zo’n vertoning.’

‘Vertoning? Wat bedoel je, liefje? Bedoel je die DJ van net?’ Monica antwoordde niet. De boerderijen schoten aan ons voorbij. Tien, twaalf, zeventien. Ondanks het motorgeluid was het in de auto stiller dan in het lege land dat aan ons voorbijtrok. ‘Het is gewoon nep, Bart-Jan, nep. Een groot toneelstuk. En ik heb er nog een jurk voor gekocht ook.’ 

‘Maar schatje, dat hoort er toch bij?’  

‘Ach kom op, al dat voorgeschreven gedoe. Tafelschikking, black tie, pfff. Je mag blij zijn dat ik mijn geld nog in zo’n jurkje heb gestopt. Heb jij iemand gezien die spontaan deed, spontaan lachte, spontaan een gesprek begon?’

‘Ik vond het anders heel gezellig, liefje.’

‘Iets te gezellig als je het mij vraagt. Nou, van mij hoeft het niet, al dat protserige gedoe. Die koets alleen al, die vier paarden! Dat hele kasteel! En dan dat aanzoek in die helikopter, acht maanden geleden.’

Wat was dit nu weer? Wat was er met haar gebeurd vanavond? Er was toch niets op deze dag aan te merken? Een perfecte dag, zoals alles bij mijn zusje perfect was. In de verte prikten drie groene lichtjes. Eindelijk, de snelweg.  

‘Hoe je zusje en Dirkjan een beetje pathetisch in de weer waren met die witte duiven. Dat plakkerige gedicht van je broertje. Die elf bruidsmeisjes met die rozenblaadjes. Waar hadden ze die vandaan trouwens?’

‘Dat waren mijn achternichtjes. Jezus, Monica, je kent mijn familie toch?’ 

Monica pakte haar telefoon. Kennelijk was het even afgelopen. Ik tuurde naar het blauwe bord verderop. Nog 87 kilometer. Ritmisch schoten de witte strepen voorbij. In mijn oren bonkte de bruiloftsmuziek nog na, klonken de woorden van papa’s speech, de klanken van het kerkorgel. 

‘Bart-Jan?’ Ze keek niet op. Haar gezicht werd schaars verlicht door haar telefoon.

‘Ja, liefje?’

‘Ik ben niet tegen trouwen of zo. Ik wil gewoon geen schertsvertoning. Ik zou nooit zo’n belachelijk grotesk aanzoek in een helikopter accepteren. Nooit.’

‘Dus je wilt wel trouwen?’

‘Mmm…’

‘Wat mmm?’‘Niet op deze manier.’ Langs de snelweg stond bord met een witte P. Terwijl het tikken van het knipperlicht de stilte verbrak, voelde ik ongemerkt aan mijn broekzak of het vierkante doosje er nog zat.