Betekenis

De tijd geeft een plek betekenis. Neem nou Harderwijk. Het ligt om de hoek maar je komt er nooit. Ik denk vis. Ik denk Dolfinarium. En dat was het wel met Harderwijk. Mijn trein stopte er dit voorjaar volkomen onverwacht. Er was iets aan de hand. Het station was voor mij nog niet te zien, maar de voorkant van de trein zou ongetwijfeld langs een perron staan. Een ziekenauto was in aantocht om een onwel geworden man op te vangen.

De coupé wachtte af. Men keek gelaten voor zich uit of staarde verveeld in een telefoon. Ik keek naar buiten. Mijn uitzicht bestond uit een grote boom. Hij stond nét te ver weg om te kunnen zien met welke soort ik te maken had. Maar het was een mooie boom. Groot, symmetrisch en met een ronde kruin, voor zover ik dat vanachter het glas kon zien. De bloesem net uitgebloeid, een zee van groen. Iets wat half oktober al onvoorstelbaar ver weg lijkt.

Tussen de straat en het spoor ligt een stukje niemandsland zoals je dat zoveel ziet langs het spoor. Rozenbottelstruiken. Een frisgroen hek van firma Heras. Naast de boom een rijtje woningen uit de jaren zestig, bescheiden uitgevoerd met smalle kozijnen, maar met grote raampartijen die zowel begane grond als eerste verdieping beslaan. Raampartijen. Mooi woord is dat, raampartijen. Alsof het er elke dag feest is.

Het zou bij elkaar best aardig zijn als de regen er niet zijn troosteloze indruk op achterliet. Ik tuurde door het raam, waarop de schuine striemen plaats hadden gemaakt voor sijpelende streepjes die mijn beeld vervormden. De boom bibberde er een beetje van. Ik bekeek hem nog eens, hopend op een aanwijzing en een helder moment. Is het een beuk? eik? plataan? Ik kon er geen wijs uit worden. Ik gaf het op. Dan maar iets anders. Ik keek door de coupé heen naar de overkant. Een troosteloze parkeerplaats lag er nat te regenen. Mijn wereld werd kleiner en kleiner en ik dacht aan een gedichtje van Annette de Vlieger (Het Genietschap)

“elke doorkijk benemend
maken dikke stromen regen
het treinraam tot wereld”

Alsof het loslaten van mijn aandacht een teken was, werd de motor weer aangezet. Met een licht schokje kwam de trein weer in beweging. Harderwijk gleed langzaam onder mij vandaan.

De boom en de raampartijen staren mij nu regelmatig aan, ook al passeert mijn trein met een flinke gang de grote bocht bij station Harderwijk. Telkens denk ik aan die troosteloze middag in mei. Een middag die een man misschien fataal werd en waarop een gewone boom in een gewone straat voor mij bijzonder werd. De tijd geeft een plek betekenis.

foto: Gerard Stolk

foto: Gerard Stolk

2013-10-21T10:00:14+00:0021 oktober 2013|Straattheater, Treinleven|

Spiegel langs het spoor

Almere-Buiten. De naam zegt het al: een buitenwijk van Almere. Jarenlang reed ik met de trein door Almere en zag de stad groeien. Wijk na wijk vloog uit de grond. Station na station werd geopend. Bij elke treinreis zag het er weer anders uit. Brede dreven en busbanen wisselen af met frisrode fietspaden en kanalen, in Almere vaarten genoemd. Daartussen de eindeloze rijen woningen in woonwijken met namen als ’tussen de vaarten’. Men moest toch wat daar in Almere. Er kwamen ook zo snel straten en wijken bij.

Te midden van al die expansiedrift en verandering heeft een mens behoefte aan bakens. Vertrouwde plekken. Herkenningspunten. Almere-Buiten heeft dat. De zeildoeken torentjes en de verlichte kunstmaan van winkelcentrum DoeMere. De rode flats van de Regenboogbuurt die vanaf de snelweg zo mooi te zien zijn. Een rij witbakstenen woningen met geschilderde garages.

Rijtjeswoningen? In Almere-Buiten staat een wel heel bijzonder rijtje. Ergens langs het spoor hebben een aantal mensen begin jaren ’90 een trein op hun garagedeuren geschilderd. Een ouderwetse dubbeldekker, verdeeld over een stuk of zes garages. Op één garagedeur staat zelfs in wit-blauw de tekst “Delta Lloyd”, de verzekeraar die in die tijd met zijn naam op alle Dubbeldekkers prijkte.

Omdat meerdere garages meededen met het project leek het alsof je vanuit de trein in een grote spiegel keek. Dat deze werd onderbroken door randjes friswitte bakstenen, brandgangen, opritten, caravans en pas geplante conifeertjes mocht de pret niet drukken. Er ging een naief enthousiasme vanuit. Hoewel de meeste mensen die langs een spoorlijn wonen in het algemeen klagen over de voorbijrazende treinen of deze achteloos negeren, werden de dubbeldekkers hier verwelkomd. ‘Eindelijk horen we erbij, is de wereld voor ons ontsloten en is Amsterdam weer een stukje dichterbij komen te liggen’, leken de garages te zeggen. De pioniersgeest straalt er nog vanaf.

Want ja, ze zijn er nog steeds, die geelblauwe garages. Hoewel de treinen van NS al lang en breed overgeschilderd zijn en het geel geler is geworden, het blauw blauwer en Delta Lloyd zijn contract met NS allang heeft verbroken, is daar in Almere-Buiten nog steeds te zien hoe het was in die begindagen van de Flevolijn. In de tijd dat de stations nog spik en span waren en de rails nog niet verroest. Ik vraag me af of de garages inmiddels zijn verheven tot gemeentelijk monument als blijk van de polderpioniersgeest. In elk geval is de bomenrij langs het spoor ervoor onderbroken en kunnen de treinreizigers, inmiddels gezeten in grote intercity’s van Groningen tot Vlissingen, nog elke dag even in een spiegeltje kijken. Sinds de komst van de Hanzelijn is de wereld voor Almere weer groter geworden. En de garages in Almere-Buiten? Die worden meer en meer een herinnering aan die eerste pioniersdagen.

IMG_0591

2013-09-30T10:30:07+00:0030 september 2013|Treinleven|

Telkens weer

In Zwolle vertrekken alle intercity’s ongeveer tegelijk. Elk half uur weer. Da’s handig voor de overstappers. “Dames en heren, dit is het station waar u nooit hoeft te hollen, over enkele minuten bereiken wij station Zwolle” riep een conducteur ooit eens om. En zo is het.

Op station Zwolle is het elk half uur even een drukte van jewelste. Intercity’s rollen binnen en vertrekken weer terwijl de passerelle (een duur woord voor voetgangersbrug) zich vult met passagiers die zich herverdelen over de zestien perrons. De trein naar Leeuwarden vertrekt als laatste. Terwijl de trein in de verte verdwijnt daalt de rust neer over de perrons. Het zal ongeveer twintig minuten duren voor het hele schouwspel zich herhaalt.

Toch is niet iedereen vertrokken. Achter mij staat een man op leeftijd, zo te zien verward. Voordat ik goed en wel kan vragen of ik hem kan helpen heeft hij me al aangesproken. Wild gebarend legt hij uit dat hij ‘die kant’ op moet, en hij wijst in de richting van Amersfoort. ‘Waar moet u naartoe?’ vraag ik maar voor de zekerheid, hopend dat een eenvoudige vraag leidt tot een eenvoudig antwoord. De beste man weet het niet en is helemaal ontredderd. Hij kan het zich niet herinneren maar schrijvend zal het makkelijker gaan. In plaats van pen en papier te pakken, roep ik lukraak wat bestemmingen in de buurt: Deventer, Kampen, Meppel, Dalfsen, Amersfoort… Ineens kijkt de man richting een blauwe lichtbak met witte letters: Zwolle.
‘Zwolle! daar moet ik heen!’

Voor een halve seconde denk ik dat het is opgelost, maar voor de zekerheid vraag ik toch nog even door. De man blijkt naar Deventer te moeten en heeft nu twintig heerlijke zonnige minuten op een stil perron voor de boeg.
Totdat alles weer van voren af aan begint.

IMG_0259

2013-06-18T13:39:43+00:0018 juni 2013|Treinleven|