De glans van de historie

Het Malieveld is het mooist is als er niet wordt geprotesteerd. De stilte van de modderige vlakte echoot het protest van een half miljoen landgenoten, leuzen scanderend tegen de kruisraketten, onderwijsvernieuwingen en allerlei andere misstanden. Op de achtergrond ruist het verkeer van de uit de stadswegen ontspruitende A12.

Tussen het Malieveld en het Centraal Station ligt een uitloper van het Haagse Bos, de Koekamp. De kleinschaligheid van het park contrasteert met zijn grote buurmannen, het Malieveld en het Centraal Station. Vijvers, veldjes en slingerende paden wisselen elkaar af. Vroeger was de Koekamp ‘buiten’ voor de Hagenezen. Het werd door de graven van Holland gebruikt voor de jacht. Nu is het een stadsparkje dat vooral bedoeld lijkt voor voorbijgangers die zich van en naar het station bewegen. Ik ben zo’ n voorbijganger. Over knisperend grind gaat mijn weg noordwaarts, richting de stilte van het Malieveld.

Op de Koekamp staat een boom. Om precies te zijn: een oude Paardekastanje. Kaal vanwege het winterse seizoen is de omvang van zijn kruin in volle glorie te bewonderen. Toch gauw een meter of twintig. Dat een boom zonder bloesem en bladeren al zo indrukwekkend kan zijn. Gezien de dikte van stam, toch minstens een meter, moet deze jongen de tijd van de runderen en jagende graven van Holland nog hebben meegemaakt.

Bij bomen vraag ik me altijd af wat ze in hun lange leven al hebben gezien. Als een stille getuige slaat deze Paardekastanje al tientallen jaren de Haagse vooruitgang gade, vanaf zijn stek op de Koekamp. De bouw van de ministeries in de jaren ’90, de bouw van het centraal station in de jaren ’70, de aanleg van de A12, de bouw van het provinciehuis. En natuurlijk de eindeloze stromen voorbijgangers, stelletjes, zakenmannen, ambtenaren, expats, Hagenezen en Hagenaars, en de slierten van ontevreden landgenoten van en naar het Malieveld. Jarenlang het gegons van het Malieveld. Ontelbare leuzen tegen allerlei onrecht hoorde deze boom vanaf zijn stek op de Koekamp.

Niets is minder waar. Deze boom staat hier pas een jaar of vijftien. Hij heeft altijd een meter of 80 verderop gestaan, maar moest wijken voor de Koningstunnel die eind jaren ’90 werd aangelegd. De verplaatsing van de boom werd een indrukwekkende onderneming die in het Guiness Book of Records terecht kwam. Een enorme sleuf werd gegraven waardoor het groene gevaarte met wortels en al werd getrokken naar zijn nieuwe plek. En met succes, want inmiddels is het wortelstelsel al verdrievoudigd, vertelt de site van het bedrijf dat de klus klaarde.

Tsja.

Niets is wat het lijkt. Zelfs een eeuwenoude boom blijkt een illusie. Ik kijk nog eens naar de kolossale kruin. Het blijft toch een verrekt mooie Paardekastanje. Een wonderlijk staaltje schepping. Maar de glans van de historie is er wel vanaf.

In gedachten vervolg ik mijn weg. De stilte van het Malieveld roept. De graven van Holland zijn gauw vergeten.

20140127-080327.jpg

Betekenis

De tijd geeft een plek betekenis. Neem nou Harderwijk. Het ligt om de hoek maar je komt er nooit. Ik denk vis. Ik denk Dolfinarium. En dat was het wel met Harderwijk. Mijn trein stopte er dit voorjaar volkomen onverwacht. Er was iets aan de hand. Het station was voor mij nog niet te zien, maar de voorkant van de trein zou ongetwijfeld langs een perron staan. Een ziekenauto was in aantocht om een onwel geworden man op te vangen.

De coupé wachtte af. Men keek gelaten voor zich uit of staarde verveeld in een telefoon. Ik keek naar buiten. Mijn uitzicht bestond uit een grote boom. Hij stond nét te ver weg om te kunnen zien met welke soort ik te maken had. Maar het was een mooie boom. Groot, symmetrisch en met een ronde kruin, voor zover ik dat vanachter het glas kon zien. De bloesem net uitgebloeid, een zee van groen. Iets wat half oktober al onvoorstelbaar ver weg lijkt.

Tussen de straat en het spoor ligt een stukje niemandsland zoals je dat zoveel ziet langs het spoor. Rozenbottelstruiken. Een frisgroen hek van firma Heras. Naast de boom een rijtje woningen uit de jaren zestig, bescheiden uitgevoerd met smalle kozijnen, maar met grote raampartijen die zowel begane grond als eerste verdieping beslaan. Raampartijen. Mooi woord is dat, raampartijen. Alsof het er elke dag feest is.

Het zou bij elkaar best aardig zijn als de regen er niet zijn troosteloze indruk op achterliet. Ik tuurde door het raam, waarop de schuine striemen plaats hadden gemaakt voor sijpelende streepjes die mijn beeld vervormden. De boom bibberde er een beetje van. Ik bekeek hem nog eens, hopend op een aanwijzing en een helder moment. Is het een beuk? eik? plataan? Ik kon er geen wijs uit worden. Ik gaf het op. Dan maar iets anders. Ik keek door de coupé heen naar de overkant. Een troosteloze parkeerplaats lag er nat te regenen. Mijn wereld werd kleiner en kleiner en ik dacht aan een gedichtje van Annette de Vlieger (Het Genietschap)

“elke doorkijk benemend
maken dikke stromen regen
het treinraam tot wereld”

Alsof het loslaten van mijn aandacht een teken was, werd de motor weer aangezet. Met een licht schokje kwam de trein weer in beweging. Harderwijk gleed langzaam onder mij vandaan.

De boom en de raampartijen staren mij nu regelmatig aan, ook al passeert mijn trein met een flinke gang de grote bocht bij station Harderwijk. Telkens denk ik aan die troosteloze middag in mei. Een middag die een man misschien fataal werd en waarop een gewone boom in een gewone straat voor mij bijzonder werd. De tijd geeft een plek betekenis.

foto: Gerard Stolk

foto: Gerard Stolk