Tijdelijkheid

Het oude streekbusstation ligt er maar verlaten bij. Werkeloos, sinds het nieuwe busstation in gebruik is. De halteborden staan er nog. Ontdaan van informatie, als stille getuigen van de vroegere ochtenddynamiek. Het beton ademt nog de frustratie van duizenden op een haar na gemiste bussen. Op mijn netvlies het beeld van de chauffeur die stoïcijns zijn bus de bocht om zwaait, de Oosterlaan op. Een plek van kortstondig wachten is getransformeerd tot een plek waar men langsloopt, onderweg van fiets naar station. Een tijdelijke plek is permanent geworden.

Toch hangt er nu weer een tijdelijke sfeer. “Tijdelijkheid” verder lezen

Tegen de stroom in

Dinsdagmiddag. Door de Van Karnebeektunnel fietst een grootvader. Kleindochter knijpt in opa’s jas. Haar ogen glijden langs de muurschilderingen. Kleinzoon fietst ernaast, dapper trappend door het donkere gat dat Zwolle-Zuid met de binnenstad verbindt.

Een opa in functie, zoveel is duidelijk. Dit is die ene dag in de week dat hij bijspringt om het gat in het weekschema van zijn kinderen op te vullen. De dag waarin hij even een rustpunt kan zijn in de maalstroom van het jachtige bestaan van een jong gezin en met aandacht en toewijding zijn taak kan volbrengen. De kleinkinderen wegbrengen. De kleinkinderen ophalen. De kleinkinderen vermaken.

De tunnel. De schemering. De fietsers. De muurschilderingen. De opa met zijn kleinkinderen. Je verwacht bij hen geen haast, maar opa heeft er toch een stevige gang in. Kleinzoon doet alle moeite om in zijn kielzog te blijven. Met een snelle haal veegt hij het zweet van het voorhoofd, en tuurt tegelijk naar het licht aan het einde van die lange, lange Van Karnebeektunnel. Opa kijkt al bezorgd over zijn schouder: “Doorfietsen jongen! Anders hebben we te weinig stroom om thuis te komen!”

Van karnebeektunnel © Marhov Pictures 2013

Martien Hovestadt heeft fotograferen als belangrijkste hobby, naast zijn werk als koordirigent en muziekdocent in Zwolle. Een omvangrijke collectie van zijn foto’s, onder andere van Zwolse straatbeelden, is te vinden op zijn website.

Ter Pelkwijkpark

Het Ter Pelkwijkpark is geen park maar een straat vlakbij het Kerkbrugje, aan de rand van het centrum van Zwolle. Er staan chique onderkomens waar voornamelijk bedrijven in gevestigd zijn. Even verderop is er een grasveld zonder naam. Hoe klein ook, het grasveldje heeft alles wat het Vondelpark ook heeft. Er staan een paar grote bomen, er is een bloemenperkje, een wandelpad en er is water op over uit te kijken. Mooi. Meer heeft een mens niet nodig. Mocht dat toch te weinig zijn, dan zijn er nog altijd de passerende fietsers die het Kerkbrugje oversteken.

Is dit soms het echte Ter Pelkwijkpark?

Aan de rand van het veldje staat het oorlogsmonument: een halfhurkende man die herinnert aan de Zwolse gevallenen. Hier wordt de jaarlijkse dodenherdenking gevierd. Elk jaar wordt die aangekondigd als “op het grasveld bij het Ter Pelkwijkpark”. Het veldje mag kennelijk de naam park niet dragen.

Als de eerste warme voorjaarsdag zich aankondigt strijken jongeren er neer, de chips en cola of iets sterkers bij de hand. De fietsers op het Kerkbrugje geven hun ogen goed de kost. Op de hoek bij de Wilhelminasingel staat de Viskraam van Timmerman. Ernaast staat een man in de klassieke haring-pose. Een paar kinderen van een jaar of tien spelen in het bloemperk bij het monument. Een jonge vader rent achter zijn zoontje aan, de bijbehorende moeder kijkt onder een eikenboom toe met de kleinste op schoot. Ach, iedereen heeft zo zijn eigen geluk.

Verderop zit een verliefd stelletje, hevig verdiept in elkaar. De fietsen nonchalant naast zich neergegooid. Ik zie het voor me: fietsend op de Wilhelminasingel worden gretige blikken uitgewisseld, tegelijk zoekend naar een goede gelegenheid om elkaar eens stevig beet te pakken en van de liefde te genieten. Gelukkig is daar het grasveld, en hop! Daar sturen twee fietsen eensgezind het gras in. Wat had ik hun entree graag gezien. Maar een mens is nooit op het juiste moment ter plaatse. Of met de woorden van Martin Bril: je mist meer dan je meemaakt.

foto: Jan Stockhorst
foto: Jan Stockhorst

Roestverzamelaars

Een wit busje stopt in de Jan van Galenstraat. Het is een politiebusje met een laadbak vol oude fietsen. Twee dienders stappen uit. Een Surinaamse man met nog zo’n echte bromsnor en zijn Hollandse collega, beiden van het lijvige soort. Het is duidelijk wat de bedoeling is.

Opschonen. Zuiveren. Verwijderen. Een edele taak.

Precies voor mijn terras is het leidend voorwerp gauw gevonden. Een krom wiel, platte banden en het frame bruin van de roest. Het wrak was mij totaal niet opgevallen, maar deze mannen hebben er duidelijk oog voor. Deze agenten stralen bovendien gezag uit, ook al zijn ze niet uit op een heterdaadje. De fietsen wachten immers wel. Maar toch, ze nemen hun taak uiterst serieus. De misstanden die kunnen ontstaan door de aanwezigheid van overbodige vergeten fietsen moeten koste wat kost worden voorkomen. In het belang van de stad, uiteraard. En laten we volk en vaderland niet vergeten.

De daad is snel verricht. Één agent staat wijdbeens op de bak, de ander ontfermt zich over de patient. Een klein slijptolletje doet zacht piepend zijn werk. Met een zwaai gaat het wrak door de lucht. Klaar, zou je zeggen. En de mannen stappen in, een portier slaat, het busje trekt op naar het volgende roestige slachtoffer.
Niet dus.

De agent pakt zijn zakcomputer en begint driftig gegevens in te toetsen. Zijn bromsnor trilt er een beetje bij, alsof hij elk moment kan verdwijnen in een flinke niesbui. Daarna pakt hij een compactcameraatje en begint het stuk roest uitgebreid op de gevoelige plaat vast te leggen, alsof er zojuist een misdaad is gepleegd, plaats delict: Jan van Galenstraat. De plaats waar de fiets was gestald wordt nog net niet met krijt gemarkeerd.

Dit alles gebeurt uiterst kalm. De diender wil er zeker van zijn dat elk detail van zijn patient is vastgelegd. Zorgvuldigheid gaat hier duidelijk voor snelheid. Kalmpjes haalt de agent een spin tevoorschijn, waarmee hij het wrak vastmaakt aan zijn medeslachtoffers. De mannen stappen in. Portieren slaan. Het busje trekt op. De Jan van Galenstraat is weer zoals hij was, zij het met één fiets minder. De dames op mijn terras keuvelen er niet minder om. Ieder zijn meug.

oudefiets

foto: Jacques Mounnezergues
Jacques Mounnezergues fotografeert fietsen in Amsterdam. Zijn verzameling is inmiddels indrukwekkend. Klik hier voor zijn Flickr-pagina.

Hanekamp


Ze staan samen voor het stoplicht in de Luttenbergstraat: moeder en dochter. Het is zo’n stoplicht waar de fiets een eigen strookje heeft voor rechtdoor, en ééntje voor rechtsaf. Tussen de auto’s staan ze te wachten. De zon spiegelt op de motorkappen. Het is het eind van de ochtend en het is warm.

De moeder is meer vrouw dan moeder. Ze heeft donkerrood krullend haar, met licht blonde plukken erin. Hippe zonnebril. Haar jurkje wappert in de zomerbries. Haar rechter bh-bandje zit halverwege de schouders één keer gedraaid. Ik denk dat dat het is wat haar meer vrouw dan moeder maakt. Maar toch: stevige kuiten verraden het moederschap en het versleten kinderzitje op de bagagedrager maakt het beeld compleet.

Haar dochter is een jaar of acht en heeft het al aardig begrepen. Het jurkje bedekt de ruimte tussen haar schouderbladen, maar laat haar schouders bloot. Ook haar jurkje wappert een beetje, net als haar paardestaart. Moeder en dochter in wapperende jurken wachtend voor het stoplicht. Op één of andere manier vertedert dat. Al zal de warmte er ook mee te maken hebben.

Het licht springt op groen en moeder en dochter zetten aan. Moeder met teenslippers en dochter met witte sandalen die nog net een maatje te groot zijn. Een beetje schuin staan ze midden op de pedalen, zoals alleen kleine meisjes met sandalen aan dat kunnen. Haar moeder geeft haar een duwtje zodat ze goed meekomt de kruising over. Gretig vertrekt ze.

Ik blijf rustig achter het stel aan fietsen, over de brug en de Hanekamp op. Mooie naam voor een straat, maar ik denk er niet over na. Mijn aandacht gaat uit naar moeder en dochter. Het is een genot om naar te kijken zo. Een jonge moeder die zich ontfermt over haar dochter die al dolgraag zelfstandig wil zijn, maar een duwtje in de rug toch nog nodig heeft om bij te blijven. Af en toe gaat ze op de pedalen staan om haar moeder bij te halen. Haar fiets slingert heen en weer. Bij de volgende kruising gaat het duo rechtsaf. Moeder steekt haar hand uit. Een nonchalant handje waar jarenlange ervaring uit spreekt. Meteen volgt de dochter met een kloeke, stramme arm. Ze weet hoe het hoort.

We rijden de Herfterweg in. Even verderop is de weg afgezet. Bouwvakkers zijn iets onduidelijks aan het doen met het wegdek. Moeder rijdt nu voorop en roept iets over de stoep. Althans, ik hoor het woord stoep, en dat is ook voor de dochter genoeg. Ze draait braaf de stoep op aan de rechterkant.
Maar dat was niet de bedoeling. Ook de stoep is daar afgezet. Moeder roept dat links makkelijker is en rijdt al langs de bouwvakkers, en dochter ploft de stoep weer af. Ze gaat op de pedalen staan en zet even flink aan om haar moeder te volgen. Als ze aan de linkerkant de stoep op rijdt, kijken de bouwvakkers niet op of om.

meisje-op-fiets