Loyaliteit tussen golfplaten

Slecht nieuws voor de duiven van het Jaarbeursplein. Diner 66 is niet meer. Platgegooid. Neergehaald. Gestript. Gesloopt. Diner 66, een hamburgertent die draait op hongerige dagjesmensen onderweg van jaarbeurs naar station, staat recht tegenover het Beatrixtheater. Kom je omlaag vanaf het station, dan kun je er niet omheen. Een hutje van grijze golfplaten. De letters ‘Diner’ in vaalrood op het dak, door fietsen en taxi’s omringd. Binnen is het één en al Wild West. Rode zachte zittingen, zwartwit geblokte prints, RVS tafeltjes en vage bordjes aan de muur die, inderdaad, langs de Route 66 niet hadden misstaan.

Nu liggen de stalen golfplaten troosteloos op de grond. Van het Amerikaanse interieur is niets meer te herkennen. Een klein stukje chaos tussen de fonkelnieuwe trap en de wanordelijke zee van fietsen. Één klein muurtje staat nog overeind. De restauranthouder is verhuisd naar een tochtige hoek aan de Croeselaan even verderop. Naar een kaal pand zonder al te veel historie. En zonder stalen golfplaten. Eigenlijk een keurig pand, en da’s nog erger. Want een beetje saloon langs de Route 66 hangt van ellende aan elkaar. Het kan er niet krakkemikkig genoeg zijn. Diner 66 gaat er wat dat betreft flink op achteruit.

Jarenlang hadden de duiven hun plekje onder de golfplaten van Diner 66. Onder toeziend oog van de taxichauffeurs en buschauffeurs scharrelden ze hun maaltje bij elkaar. Ze maakten er een kunst van om de stalen prikkers te omzeilen die de eigenaar op alle randjes had gezet om de beesten te verjagen. Onder het ene kleine stukje stalen balk dat geen prikkers heeft kleurt de stoep vaalwit. Kat en muis. Man en duif.

En nu?

Verdwaasd duikt een duif onder wat rondslingerend bouwafval. Er valt niets meer te halen. Geen hamburgerpapiertje, zelfs geen vertrapt frietje. Het is over en uit. Tijd om op zoek te gaan naar een nieuw onderkomen. Een nieuwe plek om te hangen. Maar dat is niks voor de duif. De duif houdt niet van experimenteren. De duif doet liever gewoon. Dan doet hij namelijk al gek genoeg. Zo trouw als een hond, die duif. Dus blijft hij rondhangen op het jaarbeursplein. Maar loyaliteit wordt niet beloond. Ook niet bij Amerikaanse Hamburgertentjes.

20140425-220459.jpg

2014-04-25T22:05:18+00:0025 april 2014|Carnaval der dieren|

Toevalstreffer

Meestal zo rond carnaval gaat het broeien. Wanneer valt pasen dit jaar? Eerst leeft de vraag nog onbewust: als Pinksterweekendjes ver in juni worden geprikt vallen termen als ‘pasen valt laat dit jaar’. Maar ja? wat is laat? Ik kom niet verder dan ‘ergens in maart of april’. Een paar weken later wordt de nood hoger: in vergaderingen mogen zaken ‘niet over de paasdagen heen’ gaan. Want al die vrije dagen, je komt echt nergens meer aan toe zo rond die meivakantie. Als het eenmaal pasen is…

Aha. Pasen valt rond de meivakantie. Dat geeft enige houvast. Al blinkt de meivakantie ook niet bepaald uit in eenduidigheid. En wanneer valt Koningsdag eigenlijk? De contouren van de vrije paasmaandag beginnen zich af te tekenen. Plannen worden gemaakt, de moed erin gehouden. We gaan er immers een prachtige paas van maken.

Maar de ene paas is de andere niet. Neem nou het weer. Bij pasen past grijs en betrokken weer. Kleine spatjes regen op de ramen van wegrestaurant Routiers aan de A28 bij Nunspeet. Uitwaaien langs het Màximakanaal bij Empel, onder grijze luchten met wolkenpartijen als op een schilderij van Jan Voerman. Pasen is tegen beter weten in toch de zomerjas aan. Teleurgestelde kinderen omdat de glijbaan nog nat is. Pasen is rennen naar de auto op de parkeerplaats van de meubelboulevard. Pasen staat synoniem voor plannen die in het water vallen.

Maar het kan ook anders. Een nevelig zonnetje als decor van een frisse wandeling met familie in de duinen. De tuinstoelen die nog wat onwennig hun eerste zonnestralen vangen. Vochtige kerkpleinen vol kerkgangers op hun paasbest, napratend in de prille zon, Paaspop, waar de zon en Brabantse blubber hand in hand gaan. Fietsen langs bloesem tussen Buren en Buurmalsen. Het onverwachte eerste terrasje langs de Groningse Grote Markt. Gras dat echt weer groen is. Een snelweg vol Duitsers onderweg naar de kust.

Pasen is een wisselend weerbeeld, om maar met Gerrit Hiemstra te spreken. Pasen is typisch halfbewolkt. Kan vriezen en kan dooien. In dat opzicht was pasen dit jaar weer echt pasen. Het enige wat vaststaat is dat het alle kanten op kan. Plannen worden bijgesteld. Mooi weer blijkt een toevalstreffer te zijn. Je kunt er eigenlijk nooit van op aan. Net niks eigenlijk, dat hele pasen. En toch gaat het ieder jaar weer broeien, zo’n paar weken voor carnaval…

De Zwolse Peperpus voor een een bewolkte hemel. (bron: www.mijnz.nl)

De Zwolse Peperpus voor een een bewolkte hemel. (bron: www.mijnz.nl)

2014-04-22T08:49:10+00:0022 april 2014|Straattheater|

Tulpen en het poldergevoel

Een winderige voorjaarsdag op de weg naar Elburg. Dit is de polder. Dronten ligt achter me. Een kale poldervlakte strekt zich uit. De tulpen wuiven en de windmolens draaien. De Haringweg en de Hondweg liggen er verlaten bij. Op de Olsterweg rijdt een trekker naar de horizon. De wind waait. De bomen zijn vergeten. De elementen komen op me af. Land. lucht. Voorjaarswind.

Er is iets aan de hand met mijn poldergevoel. Het gevoel van weidsheid. Van ongereptheid. Van alles-is-mogelijk. Het zit ‘m in de tulpen. Die tulpen zijn nieuw voor mij. Ze worden vast al jaren verbouwd, maar ik weet niet beter of er zijn bieten en aardappels in de omgeving van Dronten. Of uien. Die vette polderklei past vooral functioneel gewas. Als je geluk hebt zie je nog ergens een veldje graan. Maar nu: tulpen. In alle kleuren. Niet overal, maar wel veel, door de hele polder heen. Op één of andere manier past dat niet bij de polder. De kleurenpracht heeft iets sjieks. En sjiek, dat is de polder niet. Functioneel is een beter woord. Het poldergevoel is dus even weg. Ik waan me in Lisse of Sassenheim. Wassenaar ligt ineens om de hoek.

De weg maakt een grote bocht naar rechts. Ik moet denken aan de badkuip die hier jarenlang in de akker lag, gebroederlijk naast oude roeiboot die bungelde aan een witte paal. Ernaast grote borden die de boodschap van onze lieve Heer verkondigen. Mochten er mensen zijn die op deze gure vlakte vergeten waren wie de grote baas is, dan werden die er hier wel aan herinnerd. Een klein baken om de kale vlakte te doorbreken. Ook in het nieuwe land, door mensenhanden gemaakt, is de schepping kennelijk een issue en gezien de omstandigheden niet onterecht. Land, lucht en water, de schepping waait recht in je gezicht hier in de polder.

Inmiddels breekt een lange bomenrij de leegte. Een meisje met een rode jas komt me tegemoet fietsten, pal tegen de wind. Ze buigt flink over haar stuur. De open vlakte wacht haar. De windmolens liggen achter me, de bomen wuiven geruisloos. Een rode stip verdwijnt in mijn achteruitkijkspiegel. Het poldergevoel is plots even terug. Dat fietsen in de wind. Dat oneindige lange fietspad. Dat gure, rationele en onvergeeflijke. Dan is er de brug en rijd ik Elburg in, en alles is ineens weer gewoon.

tulpen_flevoland

2014-04-16T10:30:34+00:0016 april 2014|De vooruitgang, Straattheater|