Barneveld

Barneveld heeft veel kerken. Langs de Langstraat, de hoofdwinkelstraat van het dorp, staan er twee. De oude Hervormde kerk valt het meest op, en is het oorspronkelijke middelpunt van het dorp. Op de eeuwenoude toren is een glazen bordje bevestigd dat meldt dat de Heer op zondag driemaal kan worden aanbeden. Om half tien, om kwart voor vijf en om zeven uur.

Aan de kerk kleeft het verhaal van Jan van Schaffelaar, een ridder uit de middeleeuwen die zich met zijn manschappen verschanste in de toren in de twist tussen de Hoeken en de Kabeljauwen. Jan was een Kabeljauw. De Hoeken dreven hem in het nauw en wilden dat Jan van de toren sprong. Jan sprong en werd de held van Barneveld.

De betonnen versie van Jan kijkt uit over het Torenplein. Aan de linkerkant modehuis Klomp. Een grote kip siert de gevel. Aan de rechterkant het vertrouwde oranjeblauw van de Rabobank. Daar tussenin een lint van bankjes in moderne stijl. Ze zijn genoemd naar de dorpen in de omgeving, daar waar de mensen – als ze meer willen dan de dagelijkse boodschappen of een Hervormde dienst – zijn aangewezen op Barneveld.
Kootwijk.
Stroe.
Voorthuizen.
Garderen.
Ik kijk naar de toren, en zie het silhouet van Jan terugkomen in de klinkers van het plein. Keurig. Met een zilveren randje eromheen. Arme Jan.
Halverwege de Langstraat, net na het reisbureau Van der Woerd, staat de Catharinakerk. Aan de gevel van de kerk hangt het overzicht van activiteiten van deze week: de repetitie van het koor, de vergadering van het bestuur, en op zondag het afscheid van de pastor. Heel gewone dingen eigenlijk.
Het kerkje staat aan een klein pleintje met bankjes. Er omheen een rozenhaag. Recht tegenover de kerk zit eetcafe De Straaljager. Een koffie met appelgebak kost er 5 euro en heet een Stuntpiloot. Achter het glas zitten twee dames op leeftijd. Ze hebben een stuntpiloot besteld. Één de twee neemt net een hap slagroom van haar appelgebak.
Ik denk aan Jan van Schaffelaar.
Dit café heeft de verkeerde kerk gekozen.