Op de brug over de IJssel

Ik ben een passant op de IJsselbrug, de nieuwe rode Hanzeboog, die sierlijk en fel het zomerse palet van groen en blauw doorsnijdt. Ik zie het kleine veer vanuit Hattem behoedzaam draaien om stroomopwaarts aan te kunnen leggen. Ik zie het geweld van graafmachines, die stukje bij beetje de nieuwe contouren van de Buitenwaarden prijsgeven: nevengeulen, modderpoelen, kades en graslanden. Ik hoor het zoeven van de auto’s en treinen over oude en nieuwe bruggen van staal en beton. Het water, die grens van weleer, heeft voor hen geen betekenis meer. Ik zie de koeien uit de landschappen van Voerman, kalm kauwend met hun blik op de oneindige uiterwaard, zonder enig benul van de wereld achter de dijken. Ik zie de zondagse recreanten fietsend in optocht over de dijk naar dorpen als Schelle en Oldeneel. Ik zie de masten van de bootjes gedwee zij aan zij in de haven van Hattem met op de achtergrond de karakteristieke kerktoren. En te midden van dat alles, machtig en groot, zie ik de rivier langzaam de bocht nemen om de Hoenwaard, kalm kabbelend de oude zandwinput passerend, om verder te reizen naar Katerveer, Kampen en Keteldiep.

Die brede rivier die traag door oneindig laagland gaat. Die onzichtbare rivier met zijn brede uiterwaarden,nevengeulen, ooibossen en graslanden. Die meanderende rivier die Hollandse Hanzesteden verbindt en een grens vormt voor iedereen voor wie ramen en deuren los zijn in plaats van open. Die dreigende rivier die ’s winters klotsend aan de kades van Deventer en Kampen staat. Die verwoestende rivier die elk jaar de modder, strootjes, het gras, het afval en wat niet al in de afrasteringen op de uiterwaard achterlaat, de sporen van de allesverzwelgende kracht van het water. Die troostende rivier die er altijd is om uit te waaien, geruststellend constant. Die rivier die altijd komt en altijd gaat.

Dat is mijn rivier.

Hansje Brinker-kerk

De Lek stroomt van niks naar nergens. Het heeft geen fatsoenlijk begin en geen einde. Ergens onder Utrecht wordt de Neder-Rijn de Lek. Bij Kinderdijk neemt de Nieuwe Maas het geruisloos over. Geen monding. Niks. Gewoon iets administratiefs. Zelfde water. Zelfde kant.

Lexmond. Jarenlang voorbij gereden over de A27, nooit geweest. Een opvallende naam, die de monding van de Lek suggereert. Maar de naam blijkt niet van de Lek te komen, maar van een veel kleiner riviertje, de Laak, dat uitkwam op de Lek. Lexmond komt dus van Laaksmond. Niets is wat het lijkt, zo blijkt maar weer. Een straat in het dorp is nog naar het veenstroompje genoemd. De Laak gaat over in de Dorpsstraat. Aldaar een kerk, dorpscafé, bakker en slager. Niets bijzonders.

Goed. Vanuit Lexmond gaat het in één adem verder, de dijk op. Hier heerst de Hollandse romantiek van het rivierenlandschap. Er is geen recht stuk dijk te bekennen. Wilgen in het water. Achthoven, de A27 zoemt zachtjes. Ameide glijdt voorbij. De dijk is hier weer rechter. Er komt weer ruimte om de omgeving eens goed op te snuiven. En net als de aandacht verslapt maakt de dijk een scherpe bocht naar rechts.

Het is de Hervormde kerk van Tienhoven waarvoor de dijk moet wijken. Was ik rechtdoor gereden, had ik zo het koor van de kerk in gereden, zo strak staat de gevel tegen het dijktalud. Het lijkt alsof de kerk hier de plaats van de dijk heeft ingenomen, zo prominent staat hij in de weg. Alsof het geloof op deze plek voldoende is in de strijd tegen het water.

Niets is minder waar. De calvinistische Hollanders zijn altijd nuchter gebleven, zeker als het om bescherming van de polders gaat. De fundering van de kerk blijkt inmiddels onderdeel geworden van de dijk, en houdt grondwaterstroming onder dijk tegen. De kerk als technische oplossing tegen het hoge water. Calvijn moest eens weten.

Maar toch moet het kerkje eraan geloven. Ook hier wordt de dijk keer op keer versterkt en verhoogd. De dijk omarmt het kerkje steeds inniger. De gelovigen kunnen niet meer om de door mensenhanden gemaakte dijk heen. Als kerkgangers verwachten alleen het Goddelijke uitspansel te zien door de linkerramen, zal het ze tegenvallen. Ze kunnen de spaken van de zondagse fietsers tellen, zo dicht staan de ramen inmiddels op het asfalt.

Het Hollandse calvinisme en de strijd tegen het water. Het is altijd een goede combinatie gebleken. Kun je niet tegen je vijand op, werk dan met hem samen, dat is wat het Tienhovense kerkje lijkt te zeggen. De kerk als een soort Hansje Brinker die met zijn fundering het wassende water helpt te keren. En dat allemaal vanwege een rivier die van niets naar nergens stroomt, zo even buiten Lexmond.