Patent op stilte

Ze zou zo een typetje van Tineke Schouten kunnen zijn: twee turven hoog, een jaar of zestien, de stem van een viswijf dat haar leven lang op de veiling staat. Ze praat plat en veel. Te veel. Temidden van drie jongemannen komt ze ’s ochtends om een uur of acht de Utrechtse tram binnenstappen, de ogen nog bol van de alcohol en misschien wel meer. Vermoedelijk snapt ze niet wat al die mensen met rugzakken, koffertjes, laptops en Blackberries zo laat op de avond nog in de tram doen.

Haar verontwaardiging is groot. Gisteren werd ze opgepakt voor geluidsoverlast. Op politiebureau ‘Paordenveld’ moest ze even in de cel. ‘Weet je welke dag het is? Waar je bent?’ Had de agent gevraagd. Nou dat wist ze wel. En precies ook. Zondagavond heel laat, of maandagochtend, ’t is maar net hoe je het bekijkt. Daar had de agent geen antwoord op gehad.

Dan de alcoholinname. ‘Hoeveel heb je op? vroeg de agent. Zo’n bietje!’ En ze geeft met haar vinger aan hoe vol haar glas was. En netjes gemixt met energydrink, niets aan de hand. De agent registreerde een heel andere situatie. Dat zorgde voor trammelant.
‘Ga boeven vangen!’ Had ze gezegd, ‘geluidsoverlast stelt niks voor!’ Maar de agent was onverbiddelijk geweest: eerst je roes uitslapen. De kleine Tineke heeft de onverminderde aandacht van haar drie vrienden. Ook de rest van de tram heeft ze weten te interesseren.

De frustratie zit er nog goed in. Terwijl ze het navertelt kan ze zich weer opwinden, en dat oogst bewondering van de drie heren om haar heen. Vergeleken met zulke heldendaden stelt hun kattekwaad niks voor. Een nacht in de cel: het zal niet leuk zijn, maar je hebt daarna wel een verhaal. En wat voor een.

Op de Vasco da Gamalaan stapt het gezelschap uit. De tram slaakt een zucht van verlichting. Dan volgt een oorverdovende stilte. Er worden wat blikken gewisseld. Ongemakkelijk bijna. Terwijl ze inmiddels allang door Kanaleneiland zwerft belet de kleine druktemaker haar medepassagiers nog steeds te spreken. Ze heeft het patent op deze stilte. Het is een mooie tegenhanger van de herrie van gisteravond. En de afgelopen minuten. En dwars door die stilte heen vraag ik me af waar zo’n patent te verkrijgen is.

Voorbijganger

De man zit achterin tram 7. Zijn haar lijkt op dat van Lambiek. Drie haren links en drie haren rechts op zijn ronde gezicht. Zijn grijze pantalon hangt op zijn navel en is boven veel breder dan onder om zijn ronde buik goed te kunnen omsluiten: een vormeloze oudemannenbroek. Hij staart wezenloos uit het raam en laat de Kinkerstraat aan zich voorbijglijden. Hij heeft een rauw gezicht, maar zijn blik staat vriendelijk, de scherpe kantjes zijn er inmiddels wel vanaf. Tussen zijn benen een boodschappentas van dik zwart linnen met een leren hengsel, van het degelijke soort. Een gouden horloge schittert aan zijn rechterarm. Op zijn linkeronderarm een verschoten tattoo, een getekende herinnering aan vervlogen tijden.

Welke herinneringen tekenen deze man? Wat maakt hem tot wat hij is? Zijn gestalte vertelt een verhaal, maar ik weet niet welke. Als de tram optrekt zie ik een glimp van wat de man vroeger was. Gretig drukt hij op de knop. Hij komt kwiek overeind om zich bij het hekje van de achterdeur op te stellen. Bij de Jan Pieter Heijestraat komt de tram tot stilstand en stapt de man uit. Nu is het weer de man op leeftijd. Behoedzaam neemt hij elke trede en landt hij op het smalle perron. Het gaat niet meer zo gemakkelijk als vroeger, maar hij heeft zich er volledig mee verzoend.

De deuren sluiten en de tram trekt andermaal op. De man draait meteen achter de tram langs de straat op. Zonder te kijken steekt hij over. Daarna kijkt hij wel drie, vier keer om, alsof hij zeker wil weten dat de tram echt verder gaat zonder hem. De brug op, de Witte de Withstraat in. Als de tram de hoek om gaat zie ik de grijze gestalte opgaan in het publiek van de Kinkerstraat. Vlak daarvoor kijkt hij nog één keer op. Dan is hij weer een van die duizenden Amsterdammers geworden. En ik denk aan die ene loodzware zin die mij vroeger al werd ingeprent: wij zijn allen voorbijgangers. Dat blijkt maar weer.

20140209-155703.jpg