Het spitsweerzien

Utrecht Centraal is een pijpenlaatje geworden. Niet de terminal zelf. Daar baden de reizigers in ruimte en licht. Niet voor niets is de term ‘station’ vervangen door ‘OV-terminal’. Een gemiddeld hangar op Schiphol valt erbij in het niets. Uit alles moet blijken dat de reiziger nietig is. Een klein bijtje in een grote korf.

Het pijpenlaatje is het laatste stukje van de terminal dat nog moet worden verbouwd, het gedeelte tussen spoor 5 en spoor 18, waar vroeger het blauwe bord hing. Daar persen de forensen zich over houten planken door een slurf die alle uitzicht op de werkzaamheden en de rest van de samenleving ontneemt.

Te midden van dat alles is de ontmoeting tussen twee vrouwen. Ze hebben elkaar lang niet gezien. Of gisteren nog, dat weet je nooit bij vrouwen. Midden in dat pijpenlaatje, in de massa die ochtendspits heet, krijgen ze elkaar in het oog. Ze lopen elkaar tegemoet – zo goed en kwaad als dat gaat – en omhelzen elkaar. Er klinken enthousiaste gilletjes en wensen. ‘Meid, wat toevállig! Alles goed met je ?’ Dat werk. De bijtjes in de bijenkorf zijn voor een paar seconden toeschouwer geworden in een authentiek toneelstuk: het spitsweerzien. Maar stil staan ze niet. De ochtendspits gaat door.

foto: Hegeman

Vrouw van één seconde

Ik zag haar in een flits, maar de hele dag bleef ze in mijn hoofd. Waarom? Ze was een gewone vrouw op een gewone fiets. Gewoon wachtend op een passerende trein bij de overweg van de Groenekanseweg. Toch kon ik haar niet vergeten.

Ze hangt voorover over haar stuur. Met één arm ondersteunt ze haar gezicht. Ze ziet me niet. Natuurlijk ziet ze me niet. Ik zit in een trein. Ze ziet een roodwitte slagboom met daarachter een intercity die met een gang van 120 kilometer per uur de overweg passeert. Een vervelende onderbrekig van haar dagelijkse ochtendritje. Ingecalculeerd, dat wel, dus te laat op haar werk zal ze niet zijn door mijn trein.

Ik kan maar net haar lege blik ontwaren, verveeld, omdat ze elke dag over die verrekte Groenekanseweg fietst. Van Groenekan naar De Bilt, of misschien nog wel verder, naar Zeist of Driebergen. Verveeld, omdat de spoorbomen vaker dicht dan open zijn. Omdat het wachten een ritueel is geworden. Verveeld omdat ze nog niet helemaal wakker is, en de ochtenden al behoorlijk koud beginnen te worden, zo eind oktober.

Ik zag haar in een flits, maar een flits was genoeg. Ze liet me niet meer los die dag. Waar dacht ze aan? Waarom dacht ik aan haar? Het voorval deed me denken aan een gedicht van Piet Paaltjens: “Aan Rika”. Dit zijn de eerste twee coupletten:

Slechts éénmaal heb ik u gezien. Gij waart
Gezeten in een sneltrein, die den trein,
Waar ik mee reed, passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.

En toch, zij duurde lang genoeg, om mij
Het eindloos levenspad met fletsen lach
Te doen vervolgen. Ach! geen enkel blij
Glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.

Rika. Zo heet ze dus. Rika uit Groenekan. De kennismaking kon niet korter zijn. Een moment van minder dan één seconde was bepalend voor de rest van de werkdag. Rika, ik kende haar niet maar ze hield me in de greep. In de avondspits kon ik een glimlach niet onderdrukken toen ik de Groenekanseweg weer passeerde. Een fletse lach. Het rode asfalt van de fietsstrook keek me heel kort vragend aan. Rika. Ik miste haar nu al.


20131103-160406.jpg

Foto: MstsRouteBouwers

Met dank aan Sanne.

Sorry

Bij de parkeerautomaat staat een moeder met haar drie dochters. Allevier getooid in de cremekleur van deze zomer. Het stel is duidelijk onervaren met parkeren in de hoofdstad. Ze staan in de Eerste van Swindenstraat in Amsterdam, een brede straat met twee lange rijen monumentale iepen. Amsterdam is een echte iepenstad. Waar je ook bent de in de stad, met een klein zuchtje wind hoor je de grote bomen ruisen. Ik houd van dat typische geluid, dat soms het stadsgewoel even overstemt. Alsof moeder natuur op die manier de dagelijkse stadse beslommeringen even wil relativeren. Heerlijk is dat.

De moeder is net groot genoeg om het scherm van de parkeerautomaat te bereiken. Ze tuurt om de instructies tegen de zon in te kunnen lezen. Haar dochters dwarrelen er ongeduldig omheen. Amsterdam wacht op hen. De parkeerautomaat is de laatste hindernis voor een lekker ochtendje winkelen. Of shoppen, zoals dat tegenwoordig heet.
“laat mij nou mam”
“Nee, het lukt wel, gewoon even lezen”
“ma-ham”
“ja, laat haar nou maar even kijken” valt haar zusje bij.
Omstebeurt kijken de dames op het scherm van de geldvretende zuil.
Gerommel.
Geduw.
Blikken.
Dan heeft de jongste genoeg van de situatie.
“Nou, sorry hoor”. En ze draait zich resoluut om.

Nu zijn er veel manieren om sorry te zeggen. Denk aan de oprechte variant, waarbij de ontvanger aangekeken wordt, en het sorry langzaam en duidelijk uigesproken wordt. Meestal volgt er een zucht van opluchting. Of de vluchtige variant als je wilt passeren op de roltrap of bij de kassa van de supermarkt. Deze variant dient binnensmonds te worden uitgesproken, zoals een Italiaan ongeveer ‘scuse’ zegt. En dan is er nog de neutrale variant, net na een ietwat ongepaste opmerking waarna een licht geladen stilte valt.

Het haalt het allemaal niet bij de “sorry hoor” van dit pubermeisje. Het klinkt verongelijkt, met een ondertoon van arrogantie. Scherpe s en de klemtoon op de o. De Gooise “r” rolt over straat. Je verwacht nog een toevoeging, iets in de trant van “wat genant” of “hier hoor ik niet bij”. Maar meer woorden zijn niet nodig. Deze jongedame staat ver boven deze toestand hier bij de parkeerautomaat.

Moeder vermant zich en betaalt aan de automaat. Het stel loopt terug naar hun cremekleurige Fiat 500. Ook dat nog.
De zon schijnt bleekjes en de Eerste van Swindenstraat is nog vol van de sorry van het jonge meisje. De iepen ruisen.

parkeerautomaat, foto Edwin van Eis

Hanekamp


Ze staan samen voor het stoplicht in de Luttenbergstraat: moeder en dochter. Het is zo’n stoplicht waar de fiets een eigen strookje heeft voor rechtdoor, en ééntje voor rechtsaf. Tussen de auto’s staan ze te wachten. De zon spiegelt op de motorkappen. Het is het eind van de ochtend en het is warm.

De moeder is meer vrouw dan moeder. Ze heeft donkerrood krullend haar, met licht blonde plukken erin. Hippe zonnebril. Haar jurkje wappert in de zomerbries. Haar rechter bh-bandje zit halverwege de schouders één keer gedraaid. Ik denk dat dat het is wat haar meer vrouw dan moeder maakt. Maar toch: stevige kuiten verraden het moederschap en het versleten kinderzitje op de bagagedrager maakt het beeld compleet.

Haar dochter is een jaar of acht en heeft het al aardig begrepen. Het jurkje bedekt de ruimte tussen haar schouderbladen, maar laat haar schouders bloot. Ook haar jurkje wappert een beetje, net als haar paardestaart. Moeder en dochter in wapperende jurken wachtend voor het stoplicht. Op één of andere manier vertedert dat. Al zal de warmte er ook mee te maken hebben.

Het licht springt op groen en moeder en dochter zetten aan. Moeder met teenslippers en dochter met witte sandalen die nog net een maatje te groot zijn. Een beetje schuin staan ze midden op de pedalen, zoals alleen kleine meisjes met sandalen aan dat kunnen. Haar moeder geeft haar een duwtje zodat ze goed meekomt de kruising over. Gretig vertrekt ze.

Ik blijf rustig achter het stel aan fietsen, over de brug en de Hanekamp op. Mooie naam voor een straat, maar ik denk er niet over na. Mijn aandacht gaat uit naar moeder en dochter. Het is een genot om naar te kijken zo. Een jonge moeder die zich ontfermt over haar dochter die al dolgraag zelfstandig wil zijn, maar een duwtje in de rug toch nog nodig heeft om bij te blijven. Af en toe gaat ze op de pedalen staan om haar moeder bij te halen. Haar fiets slingert heen en weer. Bij de volgende kruising gaat het duo rechtsaf. Moeder steekt haar hand uit. Een nonchalant handje waar jarenlange ervaring uit spreekt. Meteen volgt de dochter met een kloeke, stramme arm. Ze weet hoe het hoort.

We rijden de Herfterweg in. Even verderop is de weg afgezet. Bouwvakkers zijn iets onduidelijks aan het doen met het wegdek. Moeder rijdt nu voorop en roept iets over de stoep. Althans, ik hoor het woord stoep, en dat is ook voor de dochter genoeg. Ze draait braaf de stoep op aan de rechterkant.
Maar dat was niet de bedoeling. Ook de stoep is daar afgezet. Moeder roept dat links makkelijker is en rijdt al langs de bouwvakkers, en dochter ploft de stoep weer af. Ze gaat op de pedalen staan en zet even flink aan om haar moeder te volgen. Als ze aan de linkerkant de stoep op rijdt, kijken de bouwvakkers niet op of om.

meisje-op-fiets