Achter de schermen

Een onmetelijk hoog geluidscherm scheidt het snelwegleven van de Amersfoortse buitenwereld. Aan de ene kant raast de A28 zes banen dik, aan de andere kant buigt een straat met een zachte ronding om een groep rododendrons. Een treurwilg danst met zijn takken in de zomerzon. Een balkon getooid in bloemen. Een bordje waarschuwt voor drempels. In de verte blaft een hond.

Dat is geen toeval. Bordjes wijzen de weg naar de hondenvereniging ”t Haartje’. Op zaterdagmorgen zullen de stationwagens in colonne de flauwe bocht nemen, als de baasjes met hun honden de gang naar de gehoorzaamheidstraining maken. Auto’s met flinke achterbakken, soms met een afrastering gescheiden van het voorgedeelte. Kluiven en rubberen speeltjes en een hondenpootje van modder op de achterbank. Dekens vol met haren. De geur van hond. De ongeduldige viervoeters spits toekijkend achterin. Zijn we er al? Het grasveld lonkt.

Achter elkaar draaien ze de smalle weg op, stapvoets langs dat grote betonnen scherm. Tot ze bij de het viaduct van de Heiligenbergerweg zijn. Onder het viaduct is er alleen een lage betonnen rand, met een vervallen bouwhek. De straat kust het asfalt van de snelweg. Tussen hen in nauwelijks een halve meter. Hier kunnen de honden en hun baasjes voor een tel een glimp opvangen van dat lege, parallele universum. En dan stapvoets weer verder langs de achterkant van het bruinrode beton, dat al hun geblaf zal smoren.

(Af)waardering

Wie vanuit Amersfoort naar Hoevelaken wil neemt de Hogeweg, een grote doorgaande weg die al in het centrum begint. De gemeente wil de Hogeweg afwaarderen. Bij afwaarderen denk ik aan beursgenoteerde bedrijven en ingewikkelde financiële producten. Maar een weg afwaarderen, dat kan dus ook. Slopen, smaller maken, langzamer maken. Het is iets wat we in Nederland nog steeds niet echt gewend zijn, gewend als we zijn aan groei, groter en meer. Hoewel de afwaardering van wegen al met de aanleg van ons snelwegennet, in de jaren ’60 en ’70 al aan de orde was. Grote provinciale verbindingen, zoals de Zuiderzeestraatweg tussen Amersfoort en Zwolle, werden in één klap teruggebracht tot lokale dorpsweg. De afwaardering als achterkant van de groei.

De Hogeweg in Amersfoort staat aan de vooravond van dit hele gebeuren. Het betere, snellere en grotere ligt verderop: het verkeer van Amersfoort naar Hoevelaken rijdt straks over de Energieweg, een brede vierbaansweg die in een flauwe bocht langs het nieuwe bedrijventerrein de Wieken loopt. Het asfalt zal er gitzwart zijn, de strepen helder wit en het geheel wordt vast en zeker omzoomd met jonge boompjes die nog een extra paal nodig hebben om rechtop te blijven staan. Je moet ergens beginnen als nieuwe weg.

Bedrijven langs de Hogeweg
Bedrijven langs de Hogeweg

Voor de Hogeweg is dat allemaal lang geleden. Het is in de jaren een flinke laan geworden. Hoge bomen flankeren de lijn van de weg. Je ziet paard en wagen er nog zo rijden. Of een oude Ford op een vergeelde foto, waarin dan in ouderwets blokkerig lettertype linksonderin ‘Hoogeweg’ staat. Grote rookpluim. Glimmende kap. Keurig geklede mensen die een ritje maken op zondag. De rust die zo’n foto uitstraalt zou wel weer eens terug kunnen keren als de afwaardering van de weg is uitgevoerd. Minder auto’s. Minder verkeersborden. Misschien zelfs wel een smallere weg.

De boerderijen laten hier en daar een open plek vallen. In het hoge gras staan twee geiten tevreden te herkauwen. Alsof de nieuwe tijd niet op een paar meter voelbaar is. Voor hen is de Hogeweg nog het landweggetje dat het vroeger was, zij zijn zich niet bewust van het grote Amersfoort dat om de hoek blijkt te liggen. Gras is immers gewoon gras en hun uitzicht op het moerasgebiedje Bloeidaal heet rustiek te zijn. Op de achtergrond dreigen de vierkante gebouwen van het bedrijventerrein. Amersfoort lonkt naar dit stukje buitengebied. Toch lijken ook de bedrijven voor te sorteren op de afwaardering: in het dichtstbijzijnde pand is een handelaar in oldtimers gevestigd. Het wordt nog wel eens wat met de Hogeweg.

15 minutes of fame

Amersfoort. Net op tijd gehaald. Gauw een plek zoeken. Ah, dit hoekje is nog vrij. Haar domein. Jas uit en op het haakje. Waarom zijn die treinhaakjes zo lastig ’s morgens? Grote nepleren damestas op de stoel. Ze schudt haar vlassige haar in model. Het is nog nat van de ochtendlijke douchebeurt. Verder een slordige outfit: wonderlijk dat elk knoopje van het vaalblauwe bloesje het juiste knoopsgat heeft weten te treffen vanochtend. Om de spijkerbroek een onduidelijk bandje. Het zou bedoeld kunnen zijn als een riem. Misschien ook niet. De trein komt in beweging en de deodorant komt uit de tas. Een moment van beneveling. Heel even maar. En dan weer terug in de wereld van de trein.

Iets eten. Ja, een boterham. Muziekje erbij zou wel fijn zijn. Ipodje uit de tas. Even zoeken en draaien naar de goede playlist. Dopjes in de oren. Ah. Veel beter zo. En lekker ook, zo’n boterham. Zijn er nog appjes? Even op de telefoon kijken. Nee, nog niemand online. Bij eten hoort drinken. Een felrode hippe drinkflas met zuignap komt tevoorschijn. Ferme slokken terwijl Den Dolder aan ons voorbijschuift. Ontbijt ook weer achter de kiezen. O nee, vitaminepilletje vergeten. Klik, zo uit de strip gedrukt. Het ronde pilletje kan nog net met de laatste slok van de smoothie mee. Klaar. Triomfantelijk belandt de fles op zijn dop op het smalle tafeltje dat ons scheidt.

Bilthoven komt in zicht. De bouwput van het station. Maar geen tijd om er naar te kijken. Er zijn belangrijker dingen dan een fietstunnel in aanbouw. Tijd voor wat verzorging. Uit de tas komt materiaal dat op een operatiekamer niet misstaat. Oordopjes even uit. Eerst de wimpertang. Even zorgvuldig krullen, dit is een precisiewerkje. Dan de mascara. Spiegeltje. Schilderen in concentratie. De rest van de coupé bestaat even niet. Dan het ontspannen uitademen. Het zit er weer op. Nergens uitgeschoten. Het kan er weer mee door voor vandaag. Hoe is het buiten? Waar zijn we inmiddels?

Ipodje kan weer aan. Even een momentje van ontspanning, afleiding in een boek. Karen Slaughter, fijn voor de maandagmorgen. Station Overvecht. Moet wat om handen hebben. Iets te kauwen. Een kauwgompje. Handig, ook meteen een frisse adem. De trein mindert vaart. Het boek kan weer in de tas. Is het droog of kan de paraplu er meteen weer uit? Jas in elk geval vast van het haakje. Klaar om op te staan zodra de trein het station binnenschuift.

“Dames en heren, over enkele ogenblikken komen wij – geheel volgens dienstregeling – aan op Utrecht Centraal.” Het is weer gelukt. Ze heeft het gered. De dag kan beginnen.

dopper

Links gaan…

Een lange sliert forensen staat aan één kant van de roltrap. De linkerhelften van de treden glanzend leeg. Het kan nog, anno 2014. Het is zo’n moment dat mijn teleurstellingen in de Hollandse samenleving eventjes vergeten zijn. Lichtpuntjes met het gevoel ‘het kan wel!’ Als ik nu zou willen, kan ik rennen. Met twee treden tegelijk de roltrap op. Wat een mooie gedachte, ik moet zelfs de neiging onderdrukken, terwijl ik toch ruim op tijd ben voor mijn trein.

Het is een beeld dat ik alleen maar ken vanuit de Londense tubes. Als kind leerde ik al: Britten hebben altijd een paraplu en wachten netjes in de rij. Zelfs op de eindeloze roltrappen van de hoofdstedelijke Underground staan de Engelsen keurig achter elkaar. Je pikt de toeristen er zo uit. Gesprekken worden onderbroken, om na een minuut van zwijgende colonne weer voortgezet te worden. Op een roltrap sta je nu eenmaal achter elkaar.

In Nederland heerst het adagium “wie het eerst komt…”. Dus is het ellebogenwerk bij roltrappen, perrons, ingangen van de Bijenkorf tijdens de Doldwaze dagen, de kassa bij de Albert Heijn. Jaren geleden besloot NS-Poort, die over de stations gaat, dat de Nederlanders hierin maar eens opgevoed moesten worden. Met blauwe stickertjes werd de reiziger gemaand om op de roltrappen de Engelse code te hanteren. Links gaan, rechts staan. In Amersfoort werd het wat experimenteler aangepakt: er werden rode en groene voetstappen geschilderd op de roltrap van het eerste perron. Niet te missen.

Ik weet nog dat ik het zinloos vond. De Nederlander in het OV is niet te sturen. Geduld en fatsoen zijn allang verloren. Een vreemd, dierlijk soort kuddegedrag is hier norm geworden. Zeker op de momenten dat de dienstregeling van de NS flink van slag is en er onduidelijkheid is over de volgende trein lijkt alles geoorloofd op roltrappen en bij treindeuren. En als je er wat van zegt kunnen blikken direct doden.

Tot die ene ochtend in Amersfoort. Ik kwam erachter dat de campagne niet voor niets is geweest. Met de rij eenlingen boven me kreeg ik weer een sprankje hoop op de terugkeer van het fatsoen (iets wat de laatste tijd toch al een issue is, getuige de roep om fatsoen in de financiële sector). Zou het een trend worden? Ik was weer een ietsiepietsie meer trots op mijn positie als Hollandse forens. Met een glimlach stapte ik de roltrap af.

In dezelfde week nam ik bij uitzondering een keer een trein om een uur of twee ’s middags. Bij de roltrap bleek mijn prille geloof in het Hollandse fatsoen een illusie. Geen enkel stukje van de roltrap was onbenut. Roltrapfatsoen is kennelijk alleen op het drukste moment van de dag, in de spits, van toepassing. Wat een vreemd land is dit toch.

20140216-192736.jpg

Kantorenbubbel

Het centraal station van Amersfoort ligt niet centraal, integendeel. Het ligt een eindje buiten het centrum, en al helemaal niet midden in de stad. Daarom heet station Amersfoort ook gewoon Amersfoort, en niet Amersfoort Centraal. Met die gedachte kom ik aan op het Amersfoortse station en loop ik de stationsstraat op, richting het centrum.

Station. Stationsstraat. Centrum. Zo zou het in elke Hollandse stad kunnen gaan. Het is woensdagochtend, halftien en ik steek bij de stoplichten over. Niemand te zien. De stoplichten zijn meisjes hier, net zoals de stoplichten in Berlijn hoedjes op hebben. Maar er is niemand om ze te bekijken. Dit in tegenstelling tot de Duitse hoofdstad.

Het gebied achter de stoplichten is leeg en staat vol kantoren. KPN, Akzo, PriceWaterhouseCoopers, BMC, FrieslandCampina, Agis. Bedrijven die dwepen met de goede bereikbaarheid van Amersfoort per spoor. Vijf, zes bouwlagen hoog, de ramen glanzen in de zon. Aan de overkant staan nog een rijtje oude herenhuizen. Met op de hoeken café Terminus de Onthaasting en café Te Pas. kneuterigheid tegenover de kolossen. Een groter contrast kan bijna niet.

Auto’s trekken ongeduldig op, een eenzame fietser verdwijnt om de hoek. Het is ongewoon stil, zo middenin de stad. Maar stilte blijkt een relatief begrip te zijn. Achter de kantoren denderen de intercity’s voorbij en af en toe komt er een auto of bus voorbij. Waarom denk ik dan aan stilte? Het komt door de verlaten atmosfeer. Halftien, het zakenleven vergadert. Niemand hoeft bij die kantoren te zijn of komt er vandaan. Ik heb het trottoir voor mezelf, en dat is ook wel eens lekker. Al heeft deze eenzaamheid ook iets angstaanjagends. Alsof ik in een stad wandel waar het luchtalarm zonet is afgegaan.

De vloek wordt verbroken. Bij het kantoor van Agis komen twee mannen naar buiten, beide strak in pak. Onder de luifel van het gebouw genieten de mannen van de schaduw en hun sigaretje. De twee beginnen een gesprek zoals alleen rokende collega’s dat kunnen. Praten over niets. De één steekt nog een tweede sigaret op, de nieuwe aanstekend met zijn nagloeiende peuk. De ander spuugt eens goed op de grond. De klodder wiebelt in de warme lucht voordat hij op het grijze beton landt. Ik kan het bijna horen vallen. Even verderop, bij drukkerij Engel verdwijnt de weg de hoek om. Erachter raast het verkeer over de Amersfoortse centrumring. Daar draait de wereld gewoon door.

Amersfoort_stationsstraat

© Carl030nl (Panoramio)